"Construed Reality is the avatar of our deepest desire:
to be dancing on a stage, human no longer"
                                                                                                                                       
KDP, 2011

 

Tussen Zelf en Ander: Intersubjectiviteit als Leitmotiv in het werk van Kobe De Peuter

In het werk van Kobe De Peuter staat intersubjectiviteit centraal, niet als vanzelfsprekend menselijk gegeven, maar als een mechanisme dat subtiel, doch krachtig, de contouren van identiteit en realiteitsbeleving vormt. Zijn oeuvre ontvouwt zich als een langlopende verkenning van hoe de mens zich verhoudt tot zijn omgeving, en hoe die omgeving op haar beurt onze subjectiviteit structureert. Wat begint als introspectieve bevraging mondt uit in een lucide dissectie van de sociale en visuele systemen die ons collectief bewustzijn vormgeven.

In de reeks The Stage (2007–2019) onderzoekt De Peuter de publieke ruimte als symbolisch podium: een plaats waar het individu zichtbaar wordt, maar binnen vooraf gescripte kaders. De architecturale interieurs die deze reeks domineren, suggereren niet alleen plaats en perspectief, maar ook gedrag en gedachtegang. De ruimte fungeert als een souffleur: een beeldtaal die fluistert hoe we ons dienen te gedragen, wat we horen te voelen. Naarmate de reeks vordert, maakt het directe realisme plaats voor een meer geconstrueerde, gefragmenteerde beeldtaal, alsof de kunstenaar de façade zelf wil openbreken. Toch blijven de beelden herkenbaar; ze appelleren aan een gedeeld cultureel geheugen, waarin symboliek en structuur elkaar spiegelen.

Tijdens de ontwikkeling van The Stage doemde een nieuwe vorm van publieke ruimte op: social media. De Peuter zag hierin een verscherpte manifestatie van intersubjectieve normering. In platforms zoals Instagram keerde hij keer op keer dezelfde achtergrondbeelden en composities terug  als moderne iconen van betekenis. Vaak dragen ze sporen van transcendentie, herinnerend aan mythologische tussenwerelden zoals de Elysiaanse velden, of aan filmische melancholie zoals in Gladiator. Wat bedoeld is als individuele zelfpresentatie, blijkt vaak een onbewuste reproductie van gedeelde beeldcodes.

Deze thematiek wordt verder ontplooid in de reeks Exterior (2016–2025), waarin De Peuter de illusie van het buitenbeeld dissecteert. Het landschap, traditioneel symbool van vrijheid of introspectie, wordt hier een spiegel van culturele projectie. Het individu dat zichzelf in de wereld wil inschrijven doet dat door gebruik te maken van een visuele taal die al lang bestond vóór het persoonlijke moment. De filter, het kadreren, de keuze van omgeving: elk beeld is tegelijkertijd persoonlijk en collectief, een expressie van een illusie van uniciteit binnen een strak afgelijnde conventie.

Het oeuvre van Kobe De Peuter is daarmee geen cynische kritiek, maar een subtiele uitnodiging tot bewustwording. Zijn beelden tonen hoe intersubjectiviteit werkt: als een nest van gedeelde betekenis, waarbinnen we leren voelen, kijken en bestaan. Maar dat nest is ook geconstrueerd, artificieel, cultureel gestuurd. Door dit zichtbaar te maken, zonder het expliciet te verklaren, nodigt De Peuter ons uit om te reflecteren over hoe diep het beeld en onze verhouding daartoe onze menselijkheid tekent.  (NV, 2025)